• tuk op iets zijn (=iets erg graag lusten of dol op zijn) • op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig)) • je met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen) • je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen) • iemand op iets aankijken (=over een eigenschap of daad van iemand niet tevreden zijn) Toon alle 8 spreekwoorden die op iets bevatten